over banner

Klachtenpatronen

quotes
Veel patiënten hebben meerdere pijnklachten tegelijk. Gewoonlijk worden die als op zichzelf staand beschouwd en afzonderlijk behandeld, zoals bijvoorbeeld, een tennisarm, een slijmbeursontsteking, nekpijn, hoofdpijn of een pijnlijke knie. Binnen onze praktijk overheerst het besef dat dergelijke klachten meestal niet op zichzelf staan, maar een onderlinge samenhang vertonen in herkenbare patronen. Dit kan het duidelijkst worden geïllustreerd aan de hand van een voorbeeld van lage rugklachten
quotes

Rugklachten

Verreweg de meeste rugklachten beginnen met of worden vooraf gegaan door een disfunctie van de bekkengordel. Allerlei oorzaken kunnen hieraan ten grondslag liggen, varierend van vallen, verstappen, vertillen, uitglijden, kinderen krijgen, tot aanrijdingen, maar zijn meestal terug te voeren op ( licht ) trauma. Daarbij kan de normale bewegingsfunctie van het bekken ontregeld raken, zodat daarna bij iedere stap de bekkengordel gaat wringen en trekken. Alhoewel het lichaam hiervoor wel compenseert veroorzaakt het houdingsveranderingen en wervelblokkades, waardoor ook bij normale activiteiten, zoals lopen, liggen en zitten er toch abnormale belastingen optreden. Na verloop van tijd ( maanden tot jaren ) kan dit leiden tot verschillende klachten op meerdere niveaus in een patroon dat afhangt van de compensaties en van wat er met het bekken precies aan de hand is. Pijn in de onderrug kan dan samengaan met pijn in de bovenrug, pijn in de ledematen, tussen de schouderbladen, of met ribpijn, borstpijn, nek- en hoofdpijn. Patienten hebben dus geen rugklachten omdat ze een verkeerde houding hebben, maar ze hebben een verkeerde houding omdat hun rug niet goed werkt, en daardoor hebben ze ook pijn. Oorzaak en gevolg zijn net andersom.

Asymmetrische bekkendisfunctie

In een veel voorkomend compensatiepatroon zijn de twee heupbeenderen niet met elkaar in evenwicht en ontstaat er een bekkenwringing, die wordt gekarakteriseerd door ongelijke heupen en een scheef hangend heiligbeen er tussenin. Door de veranderde ophanging van de benen ontstaat er een ogenschijnlijk beenlengteverschil, resulterend in abnormale belasting en pijn-klachten in heupen, knieen, enkels en voeten. Patiënten hebben een voorkeurshouding met in ruststand een been als standbeen, meestal is dit links. In deze situatie worden door veel therapeuten ten onrechte zooltjes of hielverhogingen voorgeschreven. Verder komt door de scheefstand van het heiligbeen de basis van de hele rug scheef te staan. Dit geeft compensaties hogerop waardoor een afwijkende, verwrongen houding ontstaat met onder andere verwringing in de onder- en middenrug, draaiing van de schoudergordel, draaiing van de nek en een scheefstand van het hoofd. Een dergelijke wringing geeft klachten in een links-rechts asymmetrisch patroon waarbij de meeste pijnklachten eenzijdig aan de rechter, respectievelijk, linker helft van het lichaam voorkomen, afhankelijk van de wringing van het bekken. Patienten komen dan binnen met, bijvoorbeeld, klachten in de onderrug rechts, gepaard gaand met pijn in de rechterheup, uitstraling in het rechter been, kuitkramp, pijn in de middenrug rechts naast het schouderblad soms met uitstraling langs de ribben naar voren tot de aanhechting aan het borstbeen ( Tietze syndroom ) en gekoppeld aan de ademhaling, rechter schouder ( slijmbeurs/ kapselontsteking ), pijn aan de rechter arm/elleboog ( tennisarm ), rechter pols, eenzijdige hoofdpijn rechts op het voorhoofd boven de ogen opkomend vanuit de nek, al dan niet samengaand met aangezichtspijn. Patiënten zijn kwetsbaar voor verzwikken van de rechter enkel, evenals voor een zweepslag in de rechter kuit en RSI-klachten in de rechter arm. Op de lange duur passen in dit klachtenbeeld ook spataderen links, hernia rechts, heupslijtage rechts, knieslijtage rechts en hielspoor rechts.

Symmetrische bekkendisfunctie

In een ander compensatiepatroon is er geen bekkenwringing, maar is het heiligbeen beiderzijds naar voren geblokkeerd tussen de twee heupen in. Dit geeft verandering van de krommingen van de rug en de nek in het voor-achtervlak, waardoor een postuur ontstaat met een holle onderrug, een ronde bovenrug, beide schouders naar voren en beide voeten naar buiten. Ook dan is er sprake van klachten op meerdere niveaus, echter in een links-rechts symmetrisch patroon. Dit patroon geeft chronische overbelastingsklachten van vrijwel het hele spierstelsel, gaat gepaard met diverse klachten van inwendige organen en kan uiteindelijk leiden tot het klachtenbeeld van fibromyalgie. Patiënten worden ‘s ochtends heel stijf en gebroken wakker en vragen zich vertwijfeld af waarom ze de avond tevoren naar bed zijn gegaan. In deze situatie komen patienten met, bijvoorbeeld, pijn in de onderrug dwarsover, soms uitstralend naar de onderbuik, pijn in de billen, pijnlijke vermoeide benen, kuitkramp links en rechts, pijn tussen de schouderbladen en in het overgangsgebied tussen bovenrug en nek, pijnlijke schouders, pijn achter het borstbeen, hyperventilatieklachten, tweezijdige hoofdpijn of achterhoofdspijn. Patiënten klagen over grote vermoeidheid, moeite met traplopen, futloosheid, algehele malaise en soms duizeligheid. Bijbehorende inwendige klachten zijn spastische darm/prikkeldarm, pijnlijke menstruaties, rugweeen tijdens bevallingen, ( maag )zuurbranden, hartrime-stoornissen ( zonder dat er met het hart zelf iets aan de hand is ), hyperventilatieklachten. In dit klachten- beeld passen ook spataderen links en rechts, hernia beiderzijds of centraal, heupslijtage aan beide kanten, knieslijtage links en rechts en knobbels aan beide voeten ( hallux valgus ).

Geïntegreerde aanpak

Gelukkig komt niet iedere patiënt met een volledig klachtenbeeld, niet alle klachten zijn tegelijkertijd bij iedereen aanwezig. Niettemin, de klachten vallen wel in specifieke, herkenbare patronen, en het zal duidelijk zijn dat van een aanpak waarbij elk van deze klachten op zichzelf wordt beschouwd weinig resultaat is te verwachten. Toch gebeurt dit veel. Het is één van de redenen waarom bij veel therapieen de klachten hardnekkig zijn en de neiging hebben herhaaldelijk terug te keren. Dit kan leiden tot nodeloos langdurige onderhoudsbehandelingen. Voor resultaten op langere termijn is het essentieel deze en andere patronen te herkennen, te interpreteren en overeenkomstig te behandelen. Voor een juiste diagnose is dan ook van het groot belang dat aan het gesprek met en het onderzoek van de patient voldoende tijd en aandacht worden geschonken.

Behandeling

De chiropractische behandeling is gericht op het opheffen van gewrichtsblokkades en herstel van bewegingsfunctie. Daartoe staat een scala aan technieken ter beschikking. Hoewel we, indien nodig, ook wel gebruik maken van de klassieke ‘krakende manipulaties’, hebben we in onze praktijk een voorkeur voor de zogeheten zachte technieken. De behandeling zelf bestaat uit het toedienen van een lichte mechanische impuls, die wordt omgezet in een zenuwsignaal, waardoor te strak afgestelde spieren zich gaan ontspannen. Op die manier is het mogelijk om bewegingsdisfunctie te corrigeren en overbelastingsklachten op te heffen. Van het ‘recht zetten’ van wervels is dus geen sprake De behandeling kenmerkt zich in de eerste plaats door een functionele benadering. Het aantal behandelingen is wisselend, afhankelijk van de klachten van een patiënt, echter een globale indicatie kan wel worden gegeven. Voor niet-specifieke rugklachten bij een patiënt die niet eerder is behandeld, komt het gemiddeld aantal behandelingen neer op 8 tot tien keer in totaal. Gewoonlijk beginnen we met een paar keer eenmaal per week, en als na een beperkt aantal keren duidelijke verbetering optreedt worden de intervallen steeds groter tot eenmaal per vier of zes weken. Gaat dat goed dan is de toestand voldoende stabiel dat de patiënt het langere tijd zonder chiropractische hulp kan stellen en daarom tussentijds ook niet hoeft terug te komen.